Landkaartmos

Leven, -verandert, -veroudert, -vergaat, -verdwijnt.

Tijd begrenst dat wat leeft.

Het ijs was al lange tijd gesmolten. De jonge lentes waren al enige eeuwen gekomen en weer vertrokken in uren waarin er geen enkel duister de aarde vulde. In de berg vallei groeide een bos op, jonge dennen zochten het licht en wortels drongen zich diep de aarde in. Hogerop was de wind heerser en maakte het voor veel leven moeilijker, de rotsen die met het smeltende ijs mee naar beneden waren gekomen lagen zonnebaden op de kale hoogte. Langzaam, heel langzaam lieten kleine organisme hun sporen na.

Het mos groeit traag, heel traag; 0,1mm per jaar. Ik heb het mos gefotografeerd en alle jaarringen van het mos uitgesneden uit steeds een nieuw vel papier. Het mos heb ik laten groeien tot een installatie van 32 vellen papier. In de installatie kijk je in de diepte van de tijd.